Biografie
Vechtend tegen het noodlot
In de sport, meer nog dan in elke andere maatschappelijke sector, wagen velen zich op de weg naar de top. Niet zelden ten onrechte. Die weg is immers uiterst smal en bochtig en bovendien met doornen bezaaid. Anders gezegd er is weinig plaats op die weg, het is een gevaarlijke en op de koop toe volgestapeld met hindernissen die men uit de weg moet kunnen ruimen.
In kort, roem en succes vallen niet uit de lucht. Daarvoor moet gevochten worden. In de bokssport is dat zelfs letterlijk te nemen. Talent, hoe belangrijk ook, volstaat niet. Om van een toekomstige kampioen te kunnen spreken, moet er zonder twijfel een specifieke aanleg aanwezig zijn, hij/zij moet ook gedreven zijn, moet kunnen omgaan met tegenslagen en... ja ook en vooral met succes. Dat laatste is inderdaad zeer belangrijk. Na het aanvankelijk genot bij succes moet men terug met beide voeten op de grond komen. Velen vergeten dat en gaan zo de woestijn in met alle gevolgen van dien.
Precies om al de hiervoor opgesomde redenen, ziet de boksloopbaan van Junior Bauwens er zeer rooskleurig uit. Dat hij niet gespeend is van talent bewees hij van toen hij, na een korte periode als kick-bokser, in de Engelse bokssport succes na succes boekte. Hij werd driemaal kampioen van België bij de amateurs, werd Vlaams kampioen en won de Zuid-Nederlandse kampioenschappen. Het zou wellicht uitgemond zijn in een Olympische deelname ware het niet geweest dat daarvoor, na zijn voornoemde successen, nog drie jaar moest gewacht worden. Dat was er te veel aan. Junior was immers al sinds zijn achtste bezig met het boksen. Dit gebeurde op raad van zijn moeder die vond, en terecht, dat hij zich meer assertief moest opstellen tegen een stelletje bully's die de toen nog zeer frêle Junior uitkozen om hun punchkracht op uit te testen. Ze stuurde hem naar de boksschool met het tot nu opgestapelde succes als resultaat.
Junior stapte als negentienjarige over naar de profs en ook deze keer werd het een positief verhaal. Het begon in Berlijn op 7 september 2007 waar hij tussen de touwen stapte tegen Francesco Capuano. Laatstgenoemde hield er geen al te beste herinnering aan over want in de tweede ronde hoorde hij de scheidsrechter al aan zijn adres tot tien tellen. Van een droomstart gesproken voor Junior. Hij nam meteen zijn amateursgewoonte weer over: de overwinningen aan elkaar rijgen zonder de minste tegenvaller daartussen.
Na tien opeenvolgende zeges legde hij de lat meteen een stuk hoger door naar de Belgische titel te mikken. De lat kwam vooral hoog te liggen door het gehalte van de tegenstander: Sabir Gasmi. Niet de eerste de beste. In die mate zelfs dat niet weinigen dachten dat Gasmi wel eens een punt zou kunnen zetten achter de zegereeks van Junior. Helaas voor Gasmi, Junior dacht er anders over. Hij verstikte Gasmi met een wurgend tempo in die mate dat hij er bij het begin van de zevende ronde genoeg van had nadat hij reeds driemaal door de knieën was gegaan. De eerste grote prooi was binnen maar de honger naar meer en beter nam er enkel maar door toe.
Onder goede begeleiding bokste Junior zich de hoogte in op de Europese ladder. Dit moet hem toelaten om ten gepasten tijde na de Belgische gordel ook de Europese om zijn schouders te hangen. Van daaruit kan dan op het hoogst haalbare gemikt worden: de wereldtitel. Het is een ambitieuze droom maar zeker niet onmogelijk gezien de enorme drang die in Junior aanwezig is en zijn onmiskenbaar talent ten volle laat renderen. Die drang is overigens niet enkel door sportieve motieven geïnspireerd maar meer nog door familiale. Zijn motor wordt extra aangedreven door de wil om gans zijn familie een zonnigere toekomst te bezorgen. Zijn begaanheid met zijn minder gelukkige broertjes en zusjes maakt van Junior naast een groot sportman ook een heerlijk en eerlijk mens.








